REPTIELEN

•Zo ziet uw reptiel eruit als hij gezond is: Levendig (behalve tijdens de winterslaap), goede eetlust, geen tranende ogen, open ogen,  gave huid, goede snelle vervelling zonder resten, hard schild zonder onregelmatigheden (schildpad), goed sluitende bek, geen bruine of zwarte vlekken op de huid, geen slijm rond de bek en neus, schone cloaca, geen slijmerige stoelgang.
Tranende ogen kunnen wijzen op een vitamine A tekort. Slijm rond de bek en neus kan wijzen op een longontsteking. Sommige zwangere vrouwtjes eten aan het einde van de dracht niet meer, en sommige dieren eten niet vlak voor hun vervelling.
•Reptielen kunnen parasieten bij zich hebben. Het blijkt dat nakweek daar over het algemeen minder last van heeft dan wildvang. Reptielen kunnen mijten, flagellaten en wormen hebben.

•Koorts bestaat niet bij reptielen. Deze dieren zijn ectotherm, dit wil zeggen dat ze hun lichaamstemperatuur regelen door bijvoorbeeld in de zon te gaan liggen of juist in de schaduw. Hierdoor hebben ze niet altijd dezelfde temperatuur, en ook geen koorts. De omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid zijn erg belangrijk. Laat u goed voorlichten over de gewenste omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid van uw reptiel.

•Bot- en gewrichtsafwijkingen door verkeerde voeding komen erg veel voor bij reptielen. Let op te zachte beenderen, gezwollen ledematen, knik in de staart, dikke gewrichten, kromme poten, niet meer kunnen lopen en zacht schild (schildpad).

•Rond de vervelling zijn de dieren vaak gestrest en chagrijnig, vaak ook omdat ze minder zien door de vervelling van de ogen (slang). Ook eten ze liever niet in deze periode. Geef ze dus rust tot na de vervelling. Een slechte vervelling kan wijzen op een te droog terrarium of gebrek aan vitamine A.

•Voeding is erg belangrijk. Verkeerde voeding kan leiden tot vele ziekten, afwijkingen en stress. Laat u goed voorlichten over de precieze behoeften van uw reptiel. De meeste slangen eten knaagdieren, maar er zijn ook viseters en zelfs salamanderetende slangen. Een dier kan eten weigeren als het wordt aangeboden op verkeerde tijden (bijv. overdag als het een nachtdier is), op een verkeerde manier (bijv. dood in plaats van levend) of in de verkeerde vorm (bijv. muis voor een viseter).  Ook kunnen reptielen eten weigeren als de temperatuur te laag of te hoog is, ze zich niet veilig voelen in het terrarium doordat er te weinig of de verkeerde dingen in staan, ze belaagd worden door soortgenoten in hetzelfde terrarium, ze zwanger zijn en als ze in winterslaap of ziek zijn. Reptielen die veel fruit eten kunnen dunne ontlasting hebben, dit hoeft niet afwijkend te zijn. Constipatie komt vrij veel voor en is wel afwijkend.

•De reptielen moeten elke dag de beschikking hebben over schoon water.

Reptielen dragen vele mogelijk ziekteverwekkende organismen, maar als de dieren goed hygiënisch worden gehouden, zijn de risico’s op besmetting aanzienlijk lager. Zoönosen zijn ziekten die overgedragen kunnen worden van dier naar mens. Met name Salmonella is een bacterie die reptielen vaak bij zich kunnen dragen en daar zelf geen last van hebben. De symptomen bij mensen zijn: buikpijn, kramp, diarree, misselijkheid, overgeven en koorts. Complicaties als hersenvliesontsteking komen voor. Als U met deze symptomen naar de huisarts gaat, vertel deze dan over uw reptiel. Laat uw reptiel onderzoeken door de dierenarts. De meest vatbare mensen zijn kinderen onder de 10 jaar, bejaarden, zwangere vrouwen, mensen met chronische ziekten en mensen met immunosuppressie. Was altijd goed uw handen na het vasthouden van een reptiel of het schoonmaken van een terrarium. Krab- en bijtwonden moeten altijd behandeld worden.

Hier volgen wat tips:
•Altijd handen wassen met water en zeep na het vasthouden van een reptiel, het terrarium of terrariuminhoud.
•Kleine kinderen moeten geen reptielen vasthouden mits onder supervisie om veiligheid en goede hygiëne te waarborgen.
•Handschoenen en gezichtsbescherming moeten gedragen worden bij het schoonmaken van het terrarium.
•Desinfecteer het terrarium met een 1:10 verdunning van bleekmiddel met kraanwater en spoel na met kraanwater. Gebruik geen dettol; sommige reptielen raken hierdoor vergiftigd.
•Oud drinkwater en ontlasting moeten door de wc gespoeld worden en niet door de gootsteen.
•Reptielen horen niet in de keuken.
•Niet het dier in de gootsteen of badkuip in water leggen maar in een eigen bak.
•De inrichting van het terrarium moet zodanig zijn dat het makkelijk te reinigen is. Gebruik geen poreus materiaal.
•Zorg voor goede ventilatie en hou de temperatuur en vochtigheid in de gaten.
•Andere huisdieren mogen geen toegang hebben tot het dier.
•Laat het dier regelmatig screenen bij de dierenarts op zoönosen. Als een dier op een bepaald moment negatief uit de test komt, wil dat niet zeggen dat hij ze niet heeft. Het dier kan namelijk een drager zijn die niet altijd ziektekiemen uitscheidt.